w    w    w    .  v  a  k  a  n  t  i  e  n  a  a  r  n  o  o  r  w  e  g  e  n  .   n   l 

           

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een van de redenen waarom Noorwegen over heel de wereld een bekend land is, is het feit dat bepaalde (bekende en geliefde) paardenrassen uit Noorwegen komen.

Daarom op deze pagina wat meer informatie over Noorse paarden(rassen).

Achtereenvolgens is meer te lezen over de volgende rassen/soorten;

 

- Het Noorse fjordenpaard

- Døle Gudbrandsdal

- De Nordlandshest (norrlander)  

Het Noorse Fjordenpaard

De fjord of het fjordenpaard is één van de drie inheemse paardenrassen van Noorwegen. Dit ras valt onder de oeroude paardenrassen ter wereld. Dit ras heeft kenmerken van het bekende ras: het Przewalskipaard. Oorspronkelijk komt de fjord uit Noorwegen, maar ze komen overal ter wereld voor. Het fjordenpaard is sinds het begin van de 20ste eeuw zuiver gefokt. Het ras valt onder de koudbloedige paarden, welke over het algemeen een rustig temperament hebben.

Het zijn robuuste paarden met een opvallende kleur. Fjorden komen veelal voor in een typische valkkleur en zij hebben tweekleurige manen (wit met zwart) en over de rug loopt de kleur zwart door in een aalstreep. 

Traditie bepaalt dat de manen staand zijn, en zo geknipt dat de lijn van de nek geaccentueerd wordt. Ook in de staart komen de twee kleuren weer terug.

 

fjordenpaard noorwegenfjordenpaard

 

Het hoofd is goed geproportioneerd, klein en goed gedefinieerd met een breed en vlak voorhoofd. Er is een korte afstand van de ogen tot aan de mond. Ze hebben grote, donkere en heldere ogen met een rustige uitdrukking. De neusgaten zijn groot en qua proportie dusdanig dat de mond een "vierkant" voorkomen krijgt. De oren moeten relatief kort zijn, parallel, met een pluisje op de uiteinden en niet te dicht bij elkaar gezet. De fjord heeft vaak een zware hals met weinig schoftaanduiding. De stokmaat varieert van 1.35 – 1.50 meter.

Ze hebben korte benen met behang en harde hoeven. De gangen van het fjordenpaard zijn over het algemeen kort en snel.Zoals bij alle paardenrassen verschilt het per fjord hoe het eruit ziet. Sommige hebben een zware bouw en andere zijn veel fijner gebouwd. De fijn gebouwde fjord wordt dan ook het meest als rijpaard gebruikt.

 

Kleuren

De fjord komt niet alleen voor in de opvallende valkkleur/wildkleur(in Noorse term: Brunblakk(bruinvaal) ), maar ook in diverse andere kleuren. Zo zijn er fjorden die geen zwart in de manen en staart hebben. de aalstreep is in plaats van zwart, meestal bruin/roodbruin. In Noorse term heet deze kleur: Rødblakk (roodvaal).

Dan is er de kleur Gråblakk(grijsvaal): hierbij kunnen ze in verschillende kleuren grijs voorkomen zoals, licht(zilver)grijs en (diep)donkergrijs. De aalstreep is bij alle kleuren donkerder dan de kleur van het gehele lichaam. 

Ulsblakk(lichtvaal): Hierbij kan een fjord zelfs bijna wit zijn. De aalstreep is grijs of zwart. Gulblakk(geelvaal): Hierbij heeft het paard een nauwelijks zichtbare of geen aalstreep.

Geschiedenis

Men vermoedt dat het paard Noorwegen is binnengekomen vanuit het oosten, er zijn (archeologische) aanwijzingen dat er na de laatste ijstijd in het zuiden van Zweden en Denemarken wilde paarden leefden. Vermoedelijk rond 1200 v.Chr. (de bronstijd) werden deze getemd. Archeologische opgravingen van Vikinggraven tonen aan dat zij ook paarden gebruikten. De Vikingen namen onder meer hun paarden mee naar IJsland en de Britse eilanden. Het IJslandse

paard en het fjordenpaard zijn dus naar alle waarschijnlijkheid verwant. Sedert de tijd van de Vikingen worden de manen van het fjordenpaard geknipt: de lichtere zijmanen worden daarbij korter geschoren dan de zwarte haren in het midden. Dankzij zijn kracht, zijn hardheid en zijn vaste tred is het een prima hulpkracht voor de landbouw in het gebergte. 

Aan het begin van de vorige eeuw werd het paard vooral ingezet als werkpaard en werd het als volgt beschreven: "Kop als een haring, nek als een spinnewiel, lichaam als een biet en voeten als stalen veren". Tegenwoordig is het fjordenpaard meer een hobby- en vrijetijdspaard. Een "nek als een spinnewiel" bijvoorbeeld is een goede eigenschap voor een werkpaard en niet goed voor een rijpaard. Zo'n nek maakt het paard moeilijk te berijden en te keren.

Disciplines

Met een fjord kan men alle disciplines van de sport beoefenen. Ze worden onder andere gebruikt voor dressuur, western(o.a. trail-rijden), endurance(lange afstandsritten) en de mensport. Er zijn een aantal fjorden die hoog in de dressuur lopen en sommige worden ook uitgebracht in de springsport, maar dit ras wordt vooral gebruikt voor in het tuig en voor de recreatie. Dit ras heeft een rustig, maar gewillig temperament en ze zijn onvermoeibaar. Oftewel, deze paarden zijn uitstekend geschikt als trekpaard en als recreatiepaard.

Het fokbeleid

Volgens de EU-richtlijnen voor het fokken van dieren is Noorwegen het vaderland van het fjordenpaard. Zodoende zijn Norges Fjordhestlag en Norsk Hestesenter mede verantwoordelijk voor het ras. Er is veel interesse voor dit ras en er wordt veel gefokt zowel in Europa als in de VS en Canada. Het fokplan bepaalt dat het fokken het bijzondere van en de variatie binnen het ras moet bewaren. Verder dienen kleuren en tekeningen die atypisch zijn voor het ras niet doorgefokt te worden. Het fjordenpaard moet een sterke bouw hebben, robuust, goed geproportioneerd en goed gespierd zijn en uitstraling en charme hebben. Het moet coöperatief, betrouwbaar, evenwichtig en rustig zijn in de meeste situaties. Verder moet het zich zowel op ruig terrein als op de vlakte goed kunnen bewegen. Het dient een veelzijdig paard te zijn, voor zowel rijden als trekken.

 

 

De Nordlandshest / lyngshest

Een zeer oud en inheems ras, welke afkomstig is uit Noorwegen. Dit paard (ook wel Norrlander genoemd) wordt gezien als een afstammeling van het Przewalskipaard en ook van de Tarpan. Hier stammen verschillende rassen ook vanaf, zoals de Baltische pony, de Konik en de Kelten pony’s, het Ijslandse paard, de Shetland en Exmoor pony.

De Norlandshest kan goed vergeleken worden met de bovengenoemde rassen, want zij hebben veel gemeen.

De Norrlander werd in de geschiedenis gebruikt als rij-, tuig- en werkpony, waarin hij uitblonk. Het was het traditionele paard van de Noorse boeren.

In uiteenlopende streken van Noorwegen zijn er kleine verschillen in het ras, welke tegenwoordig vrijwel niet mee te zien zijn.

nordlandshest lyngshest norrlander paard noorwegen ras

Het Lyngense (lyngshest) paard (vrijwel identiek aan Norlandshest) is een type dat af en toe weer gezien wordt. Dit type heeft zich ontwikkeld in Lyngen (Noord-Noorwegen), is vaak vos van kleur en over het algemeen groter dan de Norrlander.

Tot de 20ste eeuw liepen de aantallen van het landras gestaag achteruit. Dit kwam, omdat er geen duidelijke selectieve fokkerij was.

Na de Eerste Wereldoorlog werden er acties ondernomen om dit ras in stand te houden. Er werd hiervoor een standaard opgesteld. Er waren in 1944 nog maar 43 geregistreerde paarden over. Sinds die tijd zijn door een regelmatige fokkerij de aantallen weer toegenomen. Vooral de hengst Rimfakse had hier een goede invloed op. 

De bouw van de Nordlandshest is stevig en compact. Ze hebben een aantrekkelijk hoofd met kleine, levendige oren. De hals is vaak kort en zwaar. De schouders hebben een mooi schuine ligging en ze hebben een diepe, brede borst. De Norrlander heeft een lange rug en een goed gebouwde achterhand. De staart is correct aangezet en gedragen. Ze hebben harde benen en hoeven. Kortom de Norrlander is een pony met een goed en aantrekkelijk exterieur. Ze komen meestal in de kleur (donker)bruin voor, maar ook in voskleur of grijs. De stokmaat is 1.40-1.45.

 

 

 Døle Gudbrandsdal

Dit ras is afkomstig uit het Gudbrandsdal in Noorwegen. In 1967 werd er pas een rasvereniging voor het Døle paard opgericht. Deze paarden zijn van oorsprong echter oeroud. Het is waarschijnlijk dat deze paarden van de Friese paarden afstammen en ook van verwante prehistorische paarden. Ze hebben ook kenmerken van de Britse Fell en Dales pony’s.

dole gudbrandsdal

Er bestaan twee types van dit ras met duidelijke verschillen:

De zwaardere Døle Gudbrandsdal en de lichtere Døle Draver. Ze worden onderling gekruist.

In het verre verleden werd de Døle als lastpaard gebruikt. Ook dienden ze voor het werk