In Noorwegen leven elanden, rendieren, muskusossen, bruine beren, wolven, lynxen en veelvraten. Voor de kust zwemmen walvissen en orka’s, en op Spitsbergen leven ijsberen en walrussen. Gevaarlijk is het er niet: de meeste wilde dieren zijn schuw en je moet er juist moeite voor doen om ze te zien.
Noorwegen is lang, van de bossen in het zuidoosten tot de toendra en de poolzee in het noorden. Daardoor verschilt het dierenleven sterk per regio. Hieronder lees je welke dieren er leven, waar je ze het beste kunt zien en waar je op moet letten.
Snel naar:
- Overzicht: waar zie je welk dier?
- Beren in Noorwegen
- Dieren op het land
- Walvissen, zeearenden en vogels
- Spitsbergen
- Tips om dieren te spotten
- Gevaarlijke dieren
- Veelgestelde vragen
Wilde dieren in Noorwegen: waar zie je welk dier?
| Dier | Waar | Kans om te zien |
|---|---|---|
| Eland | Bossen in heel Noorwegen, vooral in het oosten | Redelijk, vooral in de schemering langs bosranden |
| Rendier | Wild in de zuidelijke hoogvlaktes, gedomesticeerd in het noorden | Groot in het noorden, rendieren staan daar vaak langs de weg |
| Edelhert | West-Noorwegen, vooral Vestland | Redelijk in de schemering, op weides langs de fjorden |
| Muskusos | Dovrefjell | Redelijk met een gids of een wandeling in de zomer |
| Bruine beer | Grensgebieden met Zweden, Finland en Rusland | Klein, eigenlijk alleen met een georganiseerde safari |
| Wolf | Het zuidoosten, tot rond Trysil | Heel klein |
| Lynx en veelvraat | Bossen en bergen in grote delen van het land | Heel klein, ze zijn schuw |
| Zeearend | Langs de hele kust, vooral in het noorden | Groot, zeker tijdens een zeearendsafari |
| Papegaaiduiker | Vogelrotsen zoals Runde, Røst en Bleiksøya | Groot in de broedtijd, het best van mei tot begin augustus |
| Walvis en orka | Vesterålen in de zomer, rond Tromsø in de winter | Groot tijdens een walvissafari in het seizoen |
| IJsbeer en walrus | Alleen op Spitsbergen | Met een georganiseerde boottocht |
Zijn er beren in Noorwegen?

Ja, in Noorwegen leeft de Europese bruine beer. Het zijn er niet veel: in 2025 werden via DNA-onderzoek 185 verschillende beren in Noorwegen vastgesteld, volgens Rovdata, de Noorse instantie die de roofdieren telt.
Waar leven beren in Noorwegen? Vooral in de grensgebieden. De vrouwtjes blijven dicht bij de plek waar ze zijn geboren, dus daar zit de kern van de populatie. Rovdata noemt vijf gebieden:
- Pasvik, in het uiterste noordoosten tegen Rusland en Finland
- Anárjohka, in Finnmark tegen Finland
- Indre Troms, het binnenland van Troms tegen Zweden en Finland
- Het oosten van Nord-Trøndelag, tegen Zweden
- Het oosten van Hedmark (nu Innlandet), tegen Zweden
Mannetjes zwerven verder en duiken soms op in gebieden waar normaal geen beren leven. Toch is de kans dat je tijdens een rondreis een beer ziet heel klein. Wil je er echt een zien, dan heb je de meeste kans met een georganiseerde berensafari, bijvoorbeeld vanuit een observatiehut. Die worden ook net over de grens in Zweden en Finland aangeboden. De zomer is daarvoor de beste tijd; in de winter houden beren een winterslaap.
Dieren op het land
De eland

De eland is het dier dat je het meest met Noorwegen verbindt, en er leven er veel. Hoeveel, dat laat zich raden aan de jacht: in de herfst van 2024 werden volgens het Noorse statistiekbureau SSB ruim 26.400 elanden geschoten. Toch zie je ze niet zomaar. Elanden zijn schuw en het meest actief rond zonsopkomst en zonsondergang. Met wat geluk zie je er een vanaf de weg, aan de rand van een bos of in een open veld. De borden met een eland erop staan er niet voor niets. Meer over het dier zelf lees je op onze pagina over elanden in Noorwegen.
Rendieren

Er zijn twee soorten rendieren in Noorwegen. De wilde rendieren leven in de berggebieden van Zuid-Noorwegen. Het zijn er in de winter rond de 20.000, verdeeld over 24 gebieden. Hardangervidda is het grootste daarvan. Wilde rendieren zijn schuw en houden afstand. In het noorden, in Finnmark en Troms, lopen de gedomesticeerde rendieren van de Samen. Die zie je daar vaak langs of zelfs op de weg, dus rijd rustig.
Edelherten in West-Noorwegen

Weinig mensen verwachten het, maar in West-Noorwegen leven meer edelherten dan je denkt. In het jachtseizoen 2024 op 2025 werden er volgens SSB 54.200 geschoten, een record. Bijna de helft daarvan in Vestland, de provincie rond Bergen en de Sognefjord. Rijd je in de schemering langs de fjorden, dan zie je ze regelmatig op de weides en langs de weg staan. Let dus ook hier op bij het rijden.
Bevers
Noorwegen heeft een bijzondere rol gespeeld in het voortbestaan van de bever. In de negentiende eeuw was het dier in grote delen van Europa uitgeroeid voor zijn pels en geurklier. In Agder en Telemark hielden zich nog zo’n 60 tot 100 bevers staande. In 1899 kreeg de bever in Noorwegen bescherming, en vanuit die kleine groep is de soort teruggekeerd. Nu leven er in Noorwegen rond de 80.000 bevers, en Noorse bevers zijn uitgezet in andere Europese landen. Je ziet vooral hun sporen: afgeknaagde boomstammen en dammen langs rivieren en meren. De bever zelf is vooral in de schemering actief.
Muskusossen op Dovrefjell

Muskusossen zie je in Noorwegen vrijwel alleen op Dovrefjell. De dieren zijn er in de twintigste eeuw vanuit Groenland uitgezet. Bij de wintertelling van 2024 waren het er rond de 200, en het beheerplan gaat uit van hooguit 200 dieren in de winter. Muskusossen lijken sloom, maar kunnen onverwacht aanvallen als ze zich bedreigd voelen. Houd daarom minstens 200 meter afstand. Met een gids is de kans het grootst dat je ze ziet, zonder te dichtbij te komen. Dovrefjell is ook een van de nationale parken van Noorwegen.
Wolven

In Noorwegen leven maar weinig wolven. In de winter van 2024 op 2025 telde Rovdata er 59 tot 66, waarvan een deel ook in Zweden rondzwerft. Ze leven bijna allemaal in de zogeheten wolvenzone in het zuidoosten: Østfold, delen van Akershus en het oosten van Innlandet, ten oosten van de Oslofjord en het Mjøsameer en naar het noorden tot rond Trysil. Buiten die zone mogen wolven zich niet vestigen. De kans dat je er een ziet is heel klein. Sporen in de sneeuw zie je eerder.
De uitgestrekte bossen rond Trysil, tot over de grens met Zweden, staan bekend om hun wild. Naast elanden en wolven leven er ook beren en lynxen. Het toeristenbureau van Trysil kan je vertellen waar en hoe je het beste op pad kunt.

Euraziatische lynx

De lynx is een katachtige zo groot als een flinke hond. Het is de talrijkste grote roofdiersoort van Noorwegen: in 2025 schatte Rovdata de populatie op 447 tot 630 dieren. Lynxen zijn schuwe, solitaire jagers met een eigen territorium. Ze jagen op onder andere reeën, hazen en vogels. Een lynx in het wild zien is een zeldzaamheid.
De veelvraat

De veelvraat is een marterachtige die solitair leeft en jaagt, maar ook aas en soms plantaardig voedsel eet. Het dier is niet snel bang. In 2025 werden in Noorwegen 51 nesten met jongen geteld. Een goede plek is Øvre Dividal nationaal park in Troms: dat is een van de weinige gebieden waar elk jaar sporen van alle vier de grote roofdieren worden gevonden, dus beer, wolf, lynx en veelvraat.
Poolvos en poolhaas

De poolvos leeft in het hooggebergte en in het hoge noorden. Hij eet lemmingen en andere kleine knaagdieren, vogels, vis en aas, en langs de kust ook zeehondenpups. Poolvossen leggen enorme afstanden af. Onderzoekers van het Noors Poolinstituut volgden in 2018 een jong vrouwtje met een zender. Ze liep in 76 dagen 3.506 kilometer over het zee-ijs, van Spitsbergen via Groenland naar Canada.

De poolhaas, in het Noors sneeuwhaas, is in de winter spierwit en in de zomer bruin. Zo heeft hij in elk seizoen de juiste schutkleur. Je ziet hem op open vlaktes en in het fjell.
Lemmingen
Het kleinste dier op deze lijst is misschien wel het belangrijkste in het fjell. De lemming is een knaagdiertje van zo’n tien à vijftien centimeter. Om de drie à vier jaar explodeert het aantal, in een zogeheten lemmingjaar. Dan zie je er in de bergen soms honderden. Daarna stort de populatie weer in. Poolvossen en sneeuwuilen zijn van die piekjaren afhankelijk: alleen dan hebben ze genoeg voedsel om jongen groot te brengen.
Het fjordenpaard

Geen wild dier, maar wel typisch Noors: het fjordenpaard. Dit sterke, lichtbruine paard met de tweekleurige manen kan tegen kou en leeft op weinig voedsel. Je ziet ze vooral in West-Noorwegen in de wei staan.
Aan de kust: walvissen, zeearenden en vogelrotsen

Voor walvissen moet je naar Noord-Noorwegen. Er zijn twee seizoenen:
- Zomer, Vesterålen: vanuit Andenes vertrekken walvissafari’s naar potvissen, die hier dicht onder de kust naar voedsel zoeken. Het seizoen loopt van eind mei tot begin september, al zie je potvissen er het hele jaar.
- Winter, rond Tromsø: van begin november tot eind januari trekken orka’s en bultruggen achter de haring aan naar de fjorden ten noorden van Tromsø, vooral rond Skjervøy en Kvænangen. Wanneer en waar precies verschilt per jaar. Lees meer bij Tromsø.

Zeehonden en otters
Langs de hele kust leven zeehonden. Je ziet ze op rotsen en eilandjes liggen, vaak tijdens een boottocht of een kajaktocht door de scheren. Ook de otter komt langs de kust veel voor. Die is schuw, maar met geduld zie je er soms een op de rotsen of in het wier, vooral vroeg in de ochtend.
Zeearenden
De zeearend is de grootste roofvogel van Noorwegen, met een spanwijdte van meer dan twee meter. Noorwegen heeft de grootste broedpopulatie van Europa: in 2021 werd die geschat op 3.600 tot 4.000 paren. Dat is een succesverhaal, want toen de zeearend in 1968 werd beschermd, waren er nog maar zo’n 400 paren over. Je ziet ze langs de hele kust, en in het noorden bijna dagelijks. Op de Lofoten kun je vanuit Svolvær mee met een zeearendsafari, vaak gecombineerd met een tocht naar het smalle Trollfjord.
Papegaaiduikers en vogelrotsen

In de zomer broeden op de Noorse vogelrotsen honderdduizenden zeevogels, waaronder de papegaaiduiker. Drie bekende plekken:
- Runde, een eiland bij Ålesund. Het is de zuidelijkste grote vogelrots van Noorwegen en je kunt er zelf naartoe rijden. De beste tijd is van mei tot begin augustus.
- Bleiksøya, voor de kust van Andenes in de Vesterålen. Hier vaart een vogelsafari naartoe, die je goed kunt combineren met een walvissafari.
- Røst en Værøy, de buitenste eilanden van de Lofoten, met grote kolonies zeevogels.

Na begin augustus verlaten de meeste zeevogels de rotsen weer en komen ze pas het volgende voorjaar terug.
IJsberen en walrussen op Spitsbergen

IJsberen leven niet op het Noorse vasteland, alleen op en rond Spitsbergen. Ze horen bij de populatie van de Barentszzee, die bij een telling in 2004 werd geschat op 1.900 tot 3.600 dieren. Volgens het Noors Poolinstituut blijven er ongeveer 300 het hele jaar rond Spitsbergen, de rest trekt met het ijs mee. Een volwassen mannetje weegt 400 tot 600 kilo, grote exemplaren nog meer. De meeste reizigers zien ijsberen tijdens een expeditiecruise of boottocht in de zomer.

Ook walrussen, met hun enorme slagtanden, zie je in Noorwegen alleen op Spitsbergen. Ze liggen in groepen op stranden en ijsschotsen en zijn vanaf een boot goed te zien.
Wilde dieren zien met een reis of excursie
Veel dieren zie je het makkelijkst met een gids of vanaf het water: walvissen en zeearenden in het noorden, ijsberen en walrussen op Spitsbergen. Deze reizen zijn er speciaal op gericht. In Kirkenes kun je bovendien mee op een koningskrabsafari.
Walvissen · Voigt Travel: walvis- en noorderlicht-zeilreis
In januari vaar je 8 dagen met de driemaster s/v Rembrandt van Rijn vanuit Tromsø naar de wateren rond Senja en Andenes, met een expeditieleider die naar walvissen en zeearenden zoekt. Inclusief vluchten, vanaf € 2.895 per persoon. Past bij je als je walvissen én het noorderlicht wilt zien.
IJsberen · Voigt Travel: reizen naar Spitsbergen
Op Spitsbergen leven ijsberen, walrussen, poolvossen en het Svalbard-rendier. Buiten Longyearbyen ga je altijd met een gids op pad. Lees ook onze gids over Spitsbergen. Past bij je als je de dieren van het hoge noorden wilt zien.
Tips om wilde dieren te spotten in Noorwegen
- Ga vroeg of laat op pad. Elanden, herten, bevers en otters zijn het actiefst rond zonsopkomst en zonsondergang. In de zomer is het in het noorden de hele nacht licht, dus dan heb je lange schemeruren.
- Neem een verrekijker mee. De meeste dieren zie je op afstand, zeker muskusossen, rendieren en zeearenden.
- Kies een safari voor de moeilijke soorten. Beren, muskusossen, walvissen en ijsberen zie je het makkelijkst met een gids die weet waar ze zitten.
- Houd afstand en voer niets. Dat is veiliger voor jou en beter voor de dieren. Stop niet midden op de weg als je een eland of rendier ziet, maar zoek een veilige plek om te stoppen.
- Kijk naar sporen. Pootafdrukken in de sneeuw, afgeknaagde bomen van bevers of uitwerpselen vertellen je welke dieren in de buurt zijn, ook als je ze zelf niet ziet.
Zijn er gevaarlijke dieren in Noorwegen?
Op het vasteland valt het mee. Aanvallen door beren of wolven op mensen zijn in Noorwegen uiterst zeldzaam. Waar je wel op moet letten:
- Elanden en rendieren op de weg. Het grootste risico is een aanrijding, vooral in de schemering en in het donker. Let op de waarschuwingsborden.
- Muskusossen. Blijf op minstens 200 meter afstand en loop rustig weg als ze onrustig worden.
- De adder. De hoggorm is de enige giftige slang van Noorwegen. Je vindt hem in grote delen van Zuid-Noorwegen en tot in Nordland, vooral op zonnige hellingen, heide en in open bos. Een beet is zelden levensgevaarlijk, maar ga wel naar een dokter.
- Teken. Vooral langs de kust van Zuid-Noorwegen. Controleer jezelf na een wandeling door hoog gras.
- IJsberen op Spitsbergen. Dit is het enige echte gevaar. Buiten de nederzettingen moet je middelen hebben om ijsberen af te schrikken, en de gouverneur van Spitsbergen raadt ook een vuurwapen aan. Toeristen gaan daarom bijna altijd met een gids.
Veelgestelde vragen over dieren in Noorwegen
Welke wilde dieren leven er in Noorwegen?
Onder andere eland, rendier, muskusos, bruine beer, wolf, lynx, veelvraat, poolvos en poolhaas. Voor de kust zwemmen walvissen en orka’s. Op Spitsbergen leven ijsberen en walrussen.
Zijn er beren in Noorwegen?
Ja. In 2025 werden 185 bruine beren in Noorwegen vastgesteld. Ze leven vooral in de grensgebieden: Pasvik, Anárjohka, het binnenland van Troms, het oosten van Nord-Trøndelag en het oosten van Innlandet.
Leven er wolven in Noorwegen?
Ja, maar weinig. In de winter van 2024 op 2025 werden er 59 tot 66 geteld, bijna allemaal in de wolvenzone in het zuidoosten, tussen de Zweedse grens en de Oslofjord en tot rond Trysil.
Waar zie je elanden in Noorwegen?
Elanden leven in bossen in grote delen van het land, vooral in het oosten. De kans is het grootst in de schemering, aan bosranden en in open velden.
Zijn er gevaarlijke dieren in Noorwegen?
Op het vasteland nauwelijks. Let op elanden op de weg, houd afstand van muskusossen en kijk uit voor de adder. Alleen op Spitsbergen vormen ijsberen een echt gevaar.
Wanneer zie je walvissen in Noorwegen?
Potvissen zie je vanuit Andenes in de Vesterålen, vooral van eind mei tot begin september. Orka’s en bultruggen zie je van begin november tot eind januari in de fjorden ten noorden van Tromsø.
Meer over landschap, planten en de nationale parken lees je bij de natuur in Noorwegen.

4 comments
een diertje dat bij overbevolking zich begeven naar zee voor de verdiekingsdood
De Lemming.
de naam van deze diertjes
Dat is een fabeltje door Disney de wereld in gebracht.