Noors, de Noorse taal

Het Noors kent twee verschillende vormen; het Bokmål Noors en het nynorsk. Deze twee vormen verschillen dusdanig veel dat ze als twee afzonderlijke talen beschouwd kunnen worden. Net als Nederlands en Fries bijvoorbeeld.

Bokmål is het meest gebruikt. Bijna 90% van de Noren spreekt Bokmal. Nynorsk is populair in het zuiden / zuidwest van Noorwegen. Belangrijkste reden voor het ontstaan van deze twee vormen ligt ver terug in de geschiedenis.

Geschiedenis van de Noorse taal

Uit het oud Noors (ten tijde van de Vikingen) ontwikkelden zich 3 talen. Namelijk het Middelnoors, het IJslands en het faeroers. Samen vormden deze talen 1 tak van de Noord Germaanse taalgroep en 1 tak van het Deens en Zweeds. Deze takken samen zijn weer verwant aan de west Germaanse talen zoals Duits, Nederlands en Engels. Het eigenlijke Noors verviel tot een aantal dialecten.

Na de staatkundige vrijmaking rees in letterkundige kringen de behoefte om de onzuivere taal te vervangen door een zuiverder taal (nynorsk). Deze taal wordt in verschillende dialecten gebruikt als omgangstaal en in mindere mate als schrijftaal door met name de plattelandsbevolking van het Vestland en een deel van Telemark. Bij elkaar is de schatting 16% van de Noren (die deze taal spreken en schrijven) Het Bokmål is de meest gebruikte / voorkomende vorm.

De grammatica van dit Noors is niet bijzonder ingewikkeld. Typerend voor de Scandinavische talen is dat het bepaald lidwoord de vorm krijgt van een achtervoegsel. Hieronder een aantal veel voorkomende / handige woorden die u waarschijnlijk in uw vakantie nog gaat gebruiken;

  • ja / nee ja / nei
  • astublieft? vennligst
  • dank u wel (tusen) takk !
  • goedemorgen god morgen
  • goedemiddag god dag
  • goedenavond god kveld
  • wat kost dit? hva koster det?
  • ik spreek geen noors jeg snakker ikke norsk
  • ik versta u niet jeg forstar Dem ikke
  • het spijt me jeg beklager
  • neem me niet kwalijk unnskyld
  • ik wil graag… jeg vil gjerne…
  • waar is / zijn? hvor er?
  • hoe kom ik in / bij hvordan kommer jeg til / hos?
  • rechtuit rett fram
  • linksaf / rechtsaf til venstre / til hoyre
  • zondag sondag
  • maandag mandag
  • dinsdag tirsdag
  • woensdag onsdag
  • donderdag torsdag
  • vrijdag fredag
  • zaterdag lordag
  • tot ziens vi sees / pa gjensyn

Hieronder een overzicht van getallen in het Noors:

  • 1 en / ett
  • 2 to
  • 3 tre
  • 4 fire
  • 5 fem
  • 6 seks
  • 7 sju / syv
  • 8 atte
  • 9 ni
  • 10 ti
  • 11 elleve
  • 12 tolv
  • 13 tretten
  • 14 fjorten
  • 15 femten
  • 16 seksten
  • 17 sytten
  • 18 atten
  • 19 nitten
  • 20 tjue / tyve
  • 21 tjueen / enogtyve
  • 30 tretti / tredve
  • 40 forti
  • 50 femti
  • 60 seksti
  • 70 sytti
  • 80 atti
  • 90 nitti
  • 100 hundre
  • 200 tohundre
  • 500 femhundre
  • 1000 tusen

Taalgidsen / cursussen

Er zijn in de handel verschillende handige Noorse taalgidsen te koop. Veelal in zakformaat zodat zo’n boekje heel handig mee kan op uw vakantie naar Noorwegen.

Mensen die in Noorwegen willen gaan wonen kunnen er uiteraard ook voor kiezen een echte cursus Noors te gaan volgen. Dit is volgens mensen die al in Noorwegen wonen een aanrader! Kennis van het Noors maakt vele dingen een stuk gemakkelijker.

Er zijn op de pagina met boeken/reisgidsen ook taalgidsen en cursussen Noors te koop;

Noors en Nederlandse taal

De Noorse taal is in ieder geval een bijzondere taal. Sommige woorden lijken op Nederlandse woorden. Echter wanneer u een Noor Noors hoort spreken zal u opvallen dat het, met name door het bijzondere ritme, een vrij lastige taal is om te leren.



Post Author:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.